Eisen

Om in Zuidoost Brabant een waterkrachtinstallatie te realiseren moet aan de volgende eisen en randvoorwaarden worden voldaan.
- De waterkrachtcentrale moet ingepast worden in de waterwerken rond een watermolen of een waterverval. Dit is maatwerk, geen enkele locatie is hetzelfde en vraagt goede afstemming met diverse belanghebbende. Er moet rekening worden gehouden met de bestaande (monumentale) gebouwen en maalinstallaties, stuwen en andere voorzieningen voor waterpeilbeheer, voorziening voor vismigratie, het opvangen van drijfvuil en landschappelijke aspecten.

- De waterkrachtcentrale moet visvriendelijke zijn. Het verbeteren van de ecologie en de visnatuur van de beken in Zuidoost Brabant heeft een hoge prioriteit. De waterkrachtcentrale mag geen schade toebrengen aan de visnatuur. Door de realisatie van de waterkrachtcentrale te combineren met bijvoorbeeld een vispassage is een watermolen niet langer een hindernis voor de vismigratie.

- De waterkrachtcentrale moet een terugverdientijd hebben van minimaal 10 jaar. Bij de berekening van het rendement wordt rekening gehouden met; de investeringskosten, onderhoudskosten, bijdrage van derden, rendement en opbrengst aan elektriciteit.